Spreektekst begroting OCW 2015

Voorzitter, 
Een van de mooiste herinneringen die ik heb aan mijn middelbare schoolperiode was het werkstuk dat ik maakte over het humanisme. De tijd van Maarten Luther, Erasmus en Nostradamus. De kans om mijn eigen onderwerp te kiezen en flink de diepte in te gaan pakte ik met 2 handen aan. En ik wist mijn ouders ervan te overtuigen dat ik mijn boeken echt alleen uit de Koninklijke Bibliotheek kon halen, dus dat er vele treinkaartjes naar Den Haag gesponsord moesten worden. Want, Voorzitter, Wikipedia bestond nog niet... 

Maarten Luther was de felste van de drie. Hij stelde de misstanden in de Katholieke Kerk aan de kaak en stond aan de basis van de Reformatie. Erasmus was gematigder. Hij wilde een geordende overgang. Hervorming van binnenuit. Nostradamus koos een andere route. Hij hield zich voor de buitenwereld aan het verbod op een andere religie, maar leerde stiekem Hebreeuws en besteedde zijn aandacht aan de wetenschap van de toekomstvoorspelling. 

En voorzitter, ik zie daarin een trend. Erasmus was 20 jaar ouder dan Luther. Luther was op zijn beurt 20 jaar ouder dan Nostradamus. De oudste koos voor kleine stapjes vooruit. De jongere voor radicale hervorming via felle teksten en de jongste koos zijn eigen weg en ging het gewoon doen. Zijn toekomstvoorspellingen zijn 500 jaar later nog altijd voer voor discussie en wetenschappelijk onderzoek. 

Ook in de lerarenpopulatie zie je deze driedeling. De oudere garde die gewoon vindt dat het nu allemaal prima gaat. De jongere garde die zichzelf groepeert en actief discussieert over een nieuw onderwijsbestel. Maar ook een groep pioniers die gewoon DOEN. Die het nieuwe onderwijs, en de vaardigheden voor de 21ste eeuw allang aan het toepassen zijn. Nieuwe scholen ontstaan en moderne technieken bieden deze pioniers de mogelijkheid leerlingen te binden en te boeien. 

Voorzitter, in de politiek zouden wij eigenlijk ook toekomstvoorspellers moeten zijn. Zeker als het om onderwijs gaat. We kijken misschien niet zo ver vooruit als Nostradamus, maar we leiden nu de mensen op die over 20 jaar onze samenleving draaiende moeten zien te houden. En wij moeten er nu voor zorgen dat dat onderwijs hun daarvoor de juiste handvatten biedt. Wij moeten zorgen dat het onderwijs bij de tijd blijft. Als we mensen horen zeggen dat hun kinderen hetzelfde onderwijs krijgen als zij destijds hadden, dan moeten we ons ernstig zorgen maken. Want er is nogal wat verandert de afgelopen 30 jaar en dus zou er ook heel wat veranderd moeten zijn in het onderwijs. Maar de veranderingen in het onderwijs gaan traag. Te traag. 

De afgelopen maand is er uitgebreid gediscussieerd in Nederland over die toekomst. De Robot-speech van minister Asscher hield de gemoederen van column-schrijvend Nederland flink bezig. Gaan grote groepen Nederlanders een baanloze toekomst tegemoet? Of zal de technologische vooruitgang, net als in het verleden, juist zorgen voor meer welvaart en vooral welzijn? 

Voorzitter, ook hier zijn drie reacties mogelijk. 

Net doen of er helemaal geen probleem is en nog eens opsommen hoe goed ons onderwijs wel niet is. De MBO-raad lijkt hier voor te kiezen als zij stellen dat er op niveau 2 en 3 echt nog meer dan voldoende banen zijn in de toekomst. 

Of we kunnen ons verliezen in doemscenario's: er vanuit gaan dat half Nederland inderdaad thuis op de bank komt te zitten en alvast gaan nadenken over hoe we al die werklozen van een uitkering gaan voorzien. Nostradamus had hier soms ook een handje van. Een dreiging schetsen, in dusdanige omfloerste termen dat het eerder verlammend dan inspirerend werkte. Ik hoop niet dat minister Asscher die kant op wil. 

Want voorzitter, de VVD kiest liever voor de derde optie: 'niet eindeloos discussiëren over hoe de toekomst er over 20 jaar uitziet, maar onze economie zo inrichten dat we goed kunnen omgaan met onvoorspelbaarheid.' Een quote van één van Nostradamus vakgenoten: Peter van Lieshout van de WRR. 

En voor het onderwijs kúnnen we dat ook. Het onderwijs zo inrichten dat we beter zijn voorbereid op een toekomst waarvan we inderdaad nog niet weten hoe die er uit gaat zien. Er is immers al een redelijke consensus in Nederland over wat de vaardigheden voor de 21ste eeuw zijn. Een stevige basis in taal- en rekenen, aangevuld met competenties als creativiteit, innovativiteit en ondernemerschap. Nu is ons onderwijs nog vooral gericht op kennisoverdracht, en worden onze jongeren opgeleid voor 1 baan voor het leven. Terwijl we weten dat niet de kennis zelf, maar het toepassen van die kennis en je eigen baan weten te creëren steeds belangrijker worden. Daar hoef je geen Nostradamus voor te zijn... Bovendien hebben we een lijvig WRR-rapport waarin nog voldoende aanbevelingen staan om mee aan de slag te gaan! 

We moeten alleen durven. Durven en doen. Niet blijven steken in eindeloze discussies over het onderwijs van nu. Niet alleen een pilot hier en een experiment daar. ((Als de minister begint over pilots en experimenten, hoor ik 'pleisters en aspirientjes'.)) Maar grotere stappen durven nemen op weg naar het onderwijs voor de toekomst. 

En ja voorzitter, soms vind ik minister Bussemaker iets te veel Erasmus en iets te weinig Maarten Luther. Zij blijft denken vanuit het huidige systeem en de gevestigde belangen. Laat ik dan een beetje meer Maarten Luther zijn en schreeuwen om verandering. Ik ga geen pamfletten op deuren spijkeren, maar ik ga ze straks wel aan de minister overhandigen. Want ik wil niet dat het onderwijs blijft zoals het is. Ik wil dat we vanuit de toekomst kijken wat we onze leerlingen nu mee moeten geven. Niet het huidige aanbod, maar de toekomstige vraag moet centraal staan in onze discussies over het onderwijs! 

Alleen dan geven we onze leerlingen een kans om de robotisering het hoofd te bieden. We moeten de robot niet vrezen, we moeten onze kinderen robots leren bouwen! 

En voorzitter daar kan de maker movement ons bij helpen! 

De Maker Movement is een internationale beweging die zich richt op de ontwikkeling van creativiteit en innovatie door te doen : met gebruik van de nieuwste technieken wordt geknutseld, gemaakt en uitgevonden. Kinderen worden zo niet alleen consumenten van techniek, maar leren de techniek begrijpen en in te zetten voor nieuwe producten of ideeën. 

In Silicon Valley zijn deze nieuwe makers al een begrip.

En gelukkig is er inmiddels in Nederland een netwerk aan het ontstaan van mensen uit het onderwijs, mensen uit de wereld van de creatieve industrie, design en cultuur die zich samen inspannen om de Maker Movement ook in NL van de grond te krijgen. Soms gaat het om buitenschoolse activiteiten (cursussen op de woensdagmiddag en zaterdag zoals in Groningen bij de Jonge Onderzoekers), soms binnen het onderwijs (Maker Education) of door het organiseren van Maker Faires (zoals onlangs nog in het Witte Huis, maar ook in Amsterdam) en een koppeling aan de bibliotheken (FryskLab).

Voorzitter ik zou graag zien dat deze pioniers geholpen worden om het onderwijs te veroveren! De beste manier om dat te doen is om te zorgen dat zij hun geweldige ervaringen en enthousiasme kunnen delen met de mensen in het onderwijs die ook verder willen kijken dan hun lesmethode oud is. Door de Maker Movement een herkenbaar merk te laten worden. Graag overhandig ik de minister hun manifest en hoor ik van de minister of zij mogelijkheden ziet om aan de vraag van de Maker Movement tegemoet te komen. Ik kan me voorstellen dat hiervoor middelen uit de cultuureducatie of het fonds creatieve industrie kunnen worden ingezet.

Want voorzitter, de VVD wil al die pioniers die met geweldige dingen bezig zijn in het onderwijs, zoals de bedrijven die hun eigen bedrijfsopleidingen zijn gestart, de leraren die Maker Education op de kaart aan het zetten zijn en de private opleiders die met hun aanbod weten aan te sluiten op de vraag van werkend Nederland, steunen in hun strijd tegen de gevestigde orde en de gestolde polder. Zij hebben immers de leerling en hun toekomst centraal staan. Dat zouden wij ook moeten doen. Niet pleiten voor rust en ruimte voor de leraar, maar voor dynamisch en fantastisch onderwijs voor hun leerlingen! Niet de belangen van de ROC's voorop, maar de belangen van de ondernemers! Zij zorgen voor werk, voor economische groei en zitten te springen om goede vakmensen. En voorzitter, volgens die ondernemers moet en kan het beter!

Neem het Grafisch Lyceum Rotterdam. Een in de wet benoemde vakinstelling, omdat de vraag ooit groot was. Maar deze opleiding leidt inmiddels op tot werkloosheid. Slechts 50% van de leerlingen heeft na 1,5 jaar een baan op niveau. Terwijl tegelijkertijd ondernemers in de grafische industrie hun mensen maar zelf opleiden, omdat ze niets hebben aan de afgestudeerden van het MBO. Hun kennis is al verouderd als ze van school af komen. Waarschijnlijk omdat de zetbank nog niet afgeschreven was. Ik kan het niet uitleggen voorzitter, waarom we als overheid wel de opleidingen die opleiden tot werkloosheid betalen, maar niet de opleidingen die werkgevers dan maar zelf ontwikkelen. En ik kan al helemaal niet uitleggen waarom we deze vakinstellingen wettelijk vast leggen. In een dynamische arbeidsmarkt is dat echt de dood in de pot.

Als VVD waren we dan ook blij met het advies van de Onderwijsraad over de commissie Dijsselbloem: de politiek moet stelseldiscussies niet uit de weg blijven gaan. Het onderwijsdebat in deze Kamer is te vaak een aaneenschakeling van 'dingetjes', terwijl we de fundamentele zaken voor ons uit blijven schuiven.

Een mooi voorbeeld is het rapport van Rinnooy Kan over vraagfinanciering in het deeltijdonderwijs. Deze discussie is gestart in 2011, maar eigenlijk al veel eerder. In 2004 zijn de experimenten voor een open bestel al gestart. Inmiddels is het 10 jaar later. Maar gelukkig zetten we nu dan de stap. We gaan vraagfinanciering in het deeltijdonderwijs invoeren. Eindelijk creëren we een gelijk speelveld voor publieke en private onderwijsaanbieders. Eindelijk mag de leerling of student zelf kiezen waar hij zijn onderwijs wil volgen. En de private aanbieders hebben laten zien dat ze het kunnen. Al jarenlang groeit de deelname aan het private deeltijdonderwijs en daalt de deelname aan het bekostigde onderwijs. Wij betaalden dus als overheid alleen mee aan iets wat de klant eigenlijk niet wilde. Ik ben blij dat deze stap nu genomen is. Natuurlijk had ik liever grotere stappen en vooral een snellere invoering van de pilots gezien. Ik begrijp echter uit de brief dat dit qua uitvoering bij DUO niet kan.

Wel vraag ik de minister om nog eens helder uit te spreken dat we nu ook inderdaad de stap maken; dat de pilots flexibilisering, de experimenten vraagfinanciering en het collegegeldkrediet voor 30+-ers een samenhangend pakket zijn. Ik ben namelijk als de dood dat de HBO-raad wel de lusten wil, maar niet de lasten. Wel dezelfde ruimte als het private onderwijs, maar dan zonder de vraagfinanciering. Ik wil graag helder van de minister horen dat daar geen sprake van kan zijn. En voorzitter, dat zeg ik niet in het belang van het private onderwijs, maar in het belang van alle Nederlanders die willen investeren in hun toekomst en al massaal hebben laten weten dat het private aanbod hun beter past.

En voorzitter, het moge duidelijk zijn dat de VVD door wil op deze weg. Eerst een experiment: prima, maar daarna vooruit.

En voorzitter, ook in het voltijds MBO moeten nodig stappen voorwaarts worden gezet. En ja, eerst moeten we Focus op vakmanschap invoeren. Maar het denken mag niet stoppen. Die luxe kunnen we ons niet veroorloven. Ik wil dat er veel sneller dan nu nieuwe opleidingen in het MBO kunnen ontstaan, die beter aansluiten bij de vraag. Ik wil niet iedere paar jaar een eindeloze discussie over welke kwalificatiedossiers wel en niet moeten blijven bestaan. Ik wil een systeem dat dit zelf regelt. Een bestel dat flexibel is, maatwerk biedt en zich ook richt op bij- en nascholing. Een bestel dat leerlingen in staat stelt zich voor te bereiden op de banen van morgen. Want voorzitter, de flexibilisering van de arbeidsmarkt zet door. Of minister Asscher dat nu leuk vind of niet. We moeten onze leerlingen voorbereiden op een leven vol banen ipv een baan voor het leven. En op een leven lang leren om duurzaam inzetbaar te zijn op een arbeidsmarkt waar de technologische vooruitgang steeds sneller zal gaan.

En om de discussie daarover in een hogere versnelling te krijgen kom ik dan naar het voorbeeld van Maarten Luther met een pamflet, welke ik graag wil aanbieden aan de minister en mijn collega’s.

Voorzitter, met dit voorstel kunnen we ervoor zorgen dat Achmed gewoon de module programmeren kan gaan volgen binnen zijn opleiding Human Technology. Met dit voorstel kunnen we ervoor zorgen dat bakker Robert van Beckhoven zijn eigen meesterbakkers op kan leiden. Met dit voorstel kan jachtbouwer de Vries uit Makkum de beste vakmensen blijven opleiden. Met dit voorstel kan het onderwijs afgestemd worden op de regionale arbeidsmarkt. Met dit voorstel kunnen mensen zich blijven scholen. Met dit voorstel hoeven zij de robots niet te vrezen, want worden ze in staat gesteld de robot bij te benen.

Voorzitter, tot slot. Misschien ga ik met deze voorstellen te ver voor de troepen uit. Maar als dat nodig is om het onderwijs in beweging te krijgen, dan waag ik die gok. We moeten als politiek nu echt stappen gaan zetten om ons onderwijs toekomstbestendig te maken. Het tekort aan goed opgeleide mensen, die creatief, innovatief en ondernemend zijn is met onze starre arbeidsmarkt de grootste bedreiging voor een welvarende toekomst. Dat is geen voorspelling van Nostradamus, maar een keiharde conclusie van het World Economic Forum.

Voorzitter, met deze bijdrage hoop ik niet alleen de Maarten Luther in de minister los te maken, maar ook mijn liberale vrienden van D66 in beweging te krijgen. Het humanisme zit hen in de genen. De toekomst is hun favoriete onderwerp. Neem afscheid van de gestolde polder en denk met ons mee over een onderwijsbestel waarmee we de toekomst in kunnen. “En nu vooruit!”